Wat is het AMPD? Het alternatief model voor persoonlijkheidsstoornissen

Het AMPD (Alternative Model for Personality Disorders, in het Nederlands: alternatief model voor persoonlijkheidsstoornissen) is het dimensionele model voor persoonlijkheidsdiagnostiek in sectie III van de DSM-5. Het beoordeelt persoonlijkheidspathologie langs twee assen: hoe ernstig het functioneren verstoord is, en in welke stijl die verstoring zich uit.

  • Criterium A — het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren (LPF), langs vier domeinen: identiteit, zelfsturing, empathie en intimiteit.

  • Criterium B — vijf trekdomeinen: negatieve affectiviteit, afstandelijkheid, antagonisme, ontremming en psychoticisme, uitgewerkt in 25 facetten.

  • Criteria C tot en met G — pervasiviteit over situaties, stabiliteit over tijd, en uitsluiting van middelen, somatiek, ontwikkelingsfase en sociaal-culturele context.

De volgorde ís het model. Pas bij duidelijke beperkingen op A ga je door naar B. De stoornis zit niet in de trek, maar in de breuk met het zelf en de ander.

Hieronder werk ik uit waarom die volgorde diagnostisch uitmaakt, en wat het AMPD je oplevert dat de klassieke clusters je niet geven.

Relevantie van het AMPD

Het AMPD is fundamenteel anders, omdat het niet begint bij gedrag, maar bij structuur. Niet: “voldoet iemand aan voldoende criteria voor borderline?”, maar: “wat is de aard en ernst van zijn of haar persoonlijkheidsfunctioneren?” Het is een verschuiving van *wat* iemand doet, naar *hoe* iemand zichzelf en anderen beleeft. En dat is niet alleen theoretisch interessant – het raakt ook direct aan ons klinisch handelen.

Een voorbeeld: in de traditionele DSM-structuur kan iemand voldoen aan de criteria van zowel borderline als narcistische trekken. Maar dat zegt nog niets over het vermogen tot zelfreflectie, over het aanvoelen van interpersoonlijke grenzen, of over de consistentie van het zelfgevoel. Het AMPD vraagt daar wél expliciet naar. Daarmee biedt het een genuanceerder en ontwikkelingsgerichter kader voor casusconceptualisatie, indicatiestelling en behandelkeuzes.

 

“Het begrijpen van het AMPD opent de deur naar een meer persoonsgerichte diagnostiek die de kern van de problematiek raakt, in plaats van enkel gedrag te labelen.”

 

Conclusie

Het Alternatieve Model voor Persoonlijkheidsstoornissen (AMPD) biedt een hybride, dimensioneel-categorische benadering om de beperkingen van het traditionele Sectie II-model te ondervangen. Het beoordeelt de ernst van de pathologie via Criterium A (niveau van persoonlijkheidsfunctioneren) en de stilistische expressie via Criterium B (pathologische trekken). Hiermee verschuift de focus van observeerbare symptomen naar onderliggende disfunctionele processen, wat een meer genuanceerde diagnostiek mogelijk maakt.

Wil je dieper ingaan op de kern van het model? Lees dan onze volgende artikelen waarin ik Criterium A (Niveau van Persoonlijkheidsfunctioneren) en Criterium B (Pathologische Persoonlijkheidstrekken) uitgebreid toelicht.

Vorige
Vorige

Wat is Criterium A? Het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren

Volgende
Volgende

Multi-informant diagnostiek: een praktisch beslismodel